Internationale Gebruikshonden Proef - IGP

 

 

Duitse Herders zijn honden die gemaakt zijn om door hun werk hun baas te plezieren. Tijdens IGP worden al hun natuurlijke kwaliteiten en talenten getest. IGP bestaat uit drie onderdelen: speuren, gehoorzaamheid en verdedigingswerk. De onderdelen worden elk beoordeeld op 100 punten, en samengeteld.

Naast trainingen kan je deelnemen aan examens.  Deze examens worden afgenomen door VVDH-KUSH erkende keurmeesters. Vooraleer je hond een examen mag afleggen in IGP moet de hondengeleider slagen in  een theoretische examen om het brevet van geleider te verkrijgen. De hond moet vervolgens het brevet van begeleidingshond behalen.  Hierin wordt getest als de hond handelbaar en sociaal is. Deze proef gaat zowel door op het terrein als tijdens situaties in het verkeer. De hond mag hierbij geen schrik of agressie vertonen ten opzichte van wandelaars, joggers, fietsers, auto's en andere honden.

Na het behalen van de BH-proef mag de hond, mits hij een bepaalde leeftijd heeft, examen doen in achtereenvolgens IGP1, IGP2 en IGP3. De moeilijkheidsgraad loopt hierbij steeds op.

Je kan IGP ook in wedstrijdvorm beoefenen. Tegenwoordig kan je ook deelproeven doen. Hierbij voer je tijdens een wedstrijd maar 1 of 2 ipv de 3 onderdelen. Ideaal voor een hond die nog niet kaar is voor 1 bepaald onderdeel. Naast het IGP-speuren is ook SpH (speurhond 1 of 2) een onderdeel van deze sport.

 

 

A - Speuren

Tijdens het speuren wordt de hond zijn kunde om geuren terug te vinden getest. We maken hierbij gebruik van het uitzonderlijk goed reukvermogen van de hond.

Speuren van de hond vraagt veel van de hond. Hij moet namelijk zelfstandig werken, terwijl de geleider op 10 meter na hem loopt. Een gebrevetteerde spoorlegger legt een spoor op een grasland of akker en laat hierbij een aantal voorwerpen achter. Afhankelijk van het niveau moet het speur een tijdje blijven liggen voordat de hond het mag uitwerken. Deze tijd varieert van 30 minuten bij IGP-1 tot 3 uur bij SpH-2. Tijdens het uitwerken moet de hond de diverse voorwerpen verwijzen. Deze kunnen van hout , leer of textiel zijn. De lengtes van de sporen variëren van 300 passen (IGP-1 en 2), 600 passen (IGP-3), 1.200 passen (SpH-1) tot 1.800 passen (SpH-2).

Bij IGP-1 legt de geleider zelf het spoor en de voorweren

 

B- Gehoorzaamheid

Thuis, op het terrein of in de stad.: een hond moet altijd de commando's van zijn geleider opvolgen.

Met de gehoorzaamheidsoefeningen moet de hond middels een vast programma enkele oefeningen correct en strak uitvoeren zoals: de geleider volgen, gaan zitten, gaan liggen, door een groep personen volgen, in versnelde en langzame pas volgen apporteren over de vlakke grond, meterwand en schutting, vooruitsturen alsook afliggen met afleiding. De oefeningen worden uitgebouwd met oa een sta-oefening naarmate de honder verder vordert in het IGP-programma.

Er is één commando toegestaan en de geleider mag niet belonen met stem, een speeltje of voer.

 

C-Verdediging

In dit spectaculaire onderdeel draait het niet enkel over bijten, maar vooral over de controle.

Pakwerk is een extreme vorm van gehoorzaamheid met een aantal beten. De honden moeten perfect onder controle staan en onmiddellijk lossen op bevel.  De honden worden hier getest op hun moed, drift en belastbaarheid zoals het niet schrikken van de pakwerker. Ze worden ook beoordeeld op het vol en correct bijten op de mouw, op het lossen en op het onder controle staan van de baas.

 

Het grote misverstand

De buitenwereld kijkt soms met afwijzende blik naar pakwerk. De agressie die bij de hond en pakwerker vrijkomt schrikt hen af. In hun onwetendheid denken mensen soms dat deze tak van de hondensport zorgt voor gevaarlijke en agressieve honden. Integendeel.

Van Chihuahua tot Pitbull: iedere hond kan bijten. Wij leren onze honden met pakwerk om bewust en gecontroleerd om te gaan met hun tanden, en dit onder extreme dreiging van stem en stok. De hond moet dus over een grote dosis moed beschikken. Voor een werkhond is het belangrijk dat hij drift heeft, zelfverzekerd is en belastbaar is. Het bijtwerk wordt getraind aan de hand van een goed opgebouwd programma.

Pakwerktraining

Jonge honden worden vanaf jonge leeftijd opgehitst met een juten zak of bijtrol om het jachtinstinct en buitdrift te ontwikkelen. De pakwerker leert de jonge hond blaffen om zijn buit te verkrijgen en er wordt langzaam toegewerkt naar een volle, vaste en zekere beet.

De hond wordt gestimuleerd om tijdens een trekspelletje "het gevecht" met de pakwerker aan te gaan om de buit te veroveren. De pakwerker laat de hond veelvuldig dit spelletje winnen, waardoor de hond zelfzekerder wordt. Pas dan wordt de hond extra belast met stem, stok en dreigende lichaamshouding.

De driften nemen toe naarmate de hond ouder en sterker wordt. Dan spelen discipline en gehoorzaamheid een belangrijke rol. Onze instructeurs leren de geleiders hoe ze de controle over hun hond houden. Dit wordt zoveel mogelijk op een positieve manier gedaan, door beloning met de bal of bijtmouw.  Soms is het nodig om een correctie toe te passen om verkeerd gedrag te bestraffen. Onze ervaren instructeurs zien erop toe dat dit gedoseerd en correct gebeurt.